De fratsen van de marsupilami
|
Op 31 januari 1952 verscheen de Marsupilami voor het eerst in Robbedoes en de erfgenamen (1952), waar het vangen van het beestje de laatste opdracht was uit het testament van Kwabbernoots oom. Daarna speelt de heerser van de jungle mee in alle albumavonturen van Robbedoes & Kwabbernoot tot en met De goudmaker (1970), met uitzondering van De hoorn van de neushoorn (1952-53). Af en toe vertolkt het nieuwe huisdier van de twee helden zelfs een hoofdrol, zoals in De roof van de Marsupilami (1952) en Het nest van de Marsupilami's (1956-57), waarin Kwabbernoots collega IJzerlijm een reportage toont over een soortgenoot in het Palombiaanse regenwoud (die later een eigen reeks kreeg, getekend door Batem).
|
Franquin behield de rechten op de Marsupilami toen hij Robbedoes doorgaf aan Jean-Claude Fournier en dus verdween het diertje uit de avonturen van Robbedoes en Kwabbernoot. Toch maakte hij nog één optreden, in Fourniers eerste abum De goudmaker. Fournier tekende de platen voor het nieuwe avontuur en stuurde ze vervolgens op naar Franquin, die de Marsupilami tekende en inktte op de voorziene plaats, waarna die ze terugzond naar zijn opvolger om de rest te inkten. Tekenaar Fabrice Tarrin beweerde wel dat er in elk album na Franquin een verwijzing naar de Marsupilami zit - één voorbeeld is een filmposter voor Het nest van de Marsupilami's in Fourniers volgende album, Klontjes voor Doebie (1970-71).
Na drie albums van Fournier verscheen nog Tembo Taboe (1974), dat naast het titelverhaal, het laatste van drie verhalen gemaakt voor de Franse krant Le Parisien Libéré dat nog niet in album was verschenen, nog het kortverhaal De kooi en zeven losse gags van de Marsupilami bevat.
Robbedoes & Kwabbernoot 24 Tembo Taboe (1974)
De kooi
Zeven fratsen van de Marsupilami: de koe, de krik, de knoop, de kip, de veer, de walvis, de sportlui
|
In 1978 scoort schlagerzanger Dennie Christian een hit met Wij Zijn Twee Vrienden (Hoeba Hoeba Hop) over Guust Flater en de Marsupilami. Uitgeverij Dupuis speelt hierop in met een speciaal album, tot ongenoegen van André Franquin, die betoogt dat de twee stripfiguren niets met elkaar te maken hadden. Naast De kooi en zes losse gags verschijnt ook voor het eerst een (ingekorte) versie van een ander kortverhaal, Vang 'ns een marsupilami.
Guust & de marsupilami (1978) Zes fratsen van de marsupilami: het springtouw, de wintervacht, de sportlui, de herdershond, de trekvogels, de rodeo Vang ‘ns een marsupilami (2 platen) De kooi |
In 1987 kreeg het beestje van uitgeverij Marsu Productions ook een eigen stripserie, die nog steeds loopt. De hoofdrol wordt vervuld door een neef van de Marsupilami, die eerder ten tonele werd gevoerd in Het nest van de Marsupilami's en de gags met Bring M. Backalive, die ook opduikt in de nieuwe albums. Franquin werkte ook nog mee aan de scenario's van de eerste negen albums, samen met Greg en Yann. De laatste verhalen werden geschreven door Stéphane Colman, bekend van Billy the cat. Alle albums van de Marsupilami werden getekend door Batem, die door Franquin werd opgemerkt toen hij het beestje tekende voor merchandising.
|
In 2002 verschijnt bij Marsu Productions Vang 'ns een marsupilami!, het nulnummer van de Marsupilami-reeks. Het album bevat 23 kortverhalen en gags die Franquin in een tijdspanne van ongeveer dertig jaar maakte, in min of meer chronologisch volgorde. Hij tekende het eerste kortverhaal De marsupilami zet de stad op stelten voor het snel ter ziele gegane stripblad-op-krantenformaat Risque-Tout/Sprint naar een scenario van Peyo (wat hij blijkbaar vergeten was toen hij jaren later kloeg dat het scenario op niks leek - tegen diezelfde Peyo). Voor sommige kortverhalen voorzag Jidéhem de decors. Will tekende de jungle in de twee kortverhalen met Bring M. Backalive, die de basis vormden voor de zelfstandige Marsipulami stripreeks. Voor De telegeleide rolschaatsen en De spons erover (ook bekend als De sifon) schreef Marcel Denis het scenario.
|
De meeste kortverhalen maakte Franquin tussen zijn (erg korte) ruzie met Dupuis in 1955 en de vaste verschijning van Guust Flater vanaf eind 1957. De losse gags verschenen vooral in 1968, het jaar waarin Franquin stopte met Robbedoes en Kwabbernoot. De Marsupilami kreeg hierin het gezelschap van Robbedoes of Roeltje, een jongetje dat Franquin verzon voor de traditionele kerstverhalen in Robbedoes en dat ook even opduikt in De gevangene van Boeddha (1958-59).
Vang ‘ns een marsupilami! (2002)
De marsupilami zet de stad op stelten (1955)
Kerstmis voor een herrieschopper (1956)
Het kerstgebak (1957)
Laat de roodborstjes met rust (1956)
De telegeleide rolschaatsen (1957)
De spons erover / De sifon (1957)
De marsupilami & Tarzan (1977)
De kooi (1965)
Vang ‘ns een marsupilami (6 platen) (1977 - 1981)
Vijftien fratsen van de marsupilami (1968 - 1972): het spuitwater, de wintervacht, de sportlui, de koe, de herdershond, de rodeo, de krik, de knoop, de kip, de veer, het springtouw, de trekvogels, de walvis, de leiband, Demesmaeker
*** Inleiding en verklaring deel 0 door de uitgever ***
Ter gelegenheid van de vijfstigste verjaardag van de Marsupilami biedt Marsu Productions de ontelbare fans van Franquin een album van onschatbare waarde en kwaliteit. Vang ‘ns een Marsupilami! bestaat integraal uit gags die door André Franquin zelf zijn getekend, maar die sinds vele jaren niet meer te vinden waren.
Op Het nest van de Marsupilami na worden in dit album alle kortverhalen opgenomen die de historische basis uitmaken van het dier dat nadien door de albums van Franquin en Batem wereldberoemd werd. Dat zijn er intussen vijftien. De aandachtige lezer zal ontdekken dat deze verhaaltjes de fundamenten vormen van de ‘mythe’ Marsupilami. Gaandeweg krijgt het dier in dit album zijn definitieve vorm en karakter dat Franquin had uitgedacht.
Om maximaal hulde te brengen aan het werk van Franquin, is de uitgever voor dit album weer bij nul vertrokken. De originele platen werden uit het Franquin-archief gehaald en met de nieuwste technieken gescand. Omdat de films van destijds niet meer voldeden, zijn alle tekeningen opnieuw ingekleurd. De aanwijzingen van André Franquin werden hierbij uiteraard heel nauwkeurig gerespecteerd. De titeltjes, speciaal door Franquin gemaakt voor het stripweekblad Robbedoes, zijn weer exact als vroeger gemonteerd. De oorspronkelijke Nederlandse tekst werd bewerkt, trouw aan de geest des tijds, maar volgens spellingsregels anno 2002. De belettering is nieuw om de storende stijlverschillen van destijds weg te wegwerken.
De "inleiding en verklaring deel 0" is overgenomen van wijlen stripdatabank De zilveren dolfijn.
Erg veel informatie is ook te vinden in de Robbedoes special van de Stripspeciaalzaak.

